De 4 Vaargetijden - Kijk, mijn boot rijdt aan wal! - Kijk, mijn boot rijdt aan wal! - De 4 Vaargetijden - Kijk, mijn boot rijdt aan wal!

Kijk, mijn boot rijdt aan wal!

 Vers geteerrd op de helling
Hallo allemaal! Het is een tijdje geleden sinds mijn laatste schrijfsel, ik weet het. Hebben jullie me gemist? Dan ga ik dat gauw goed maken…
Er is ondertussen wel iets heel spannends gebeurd. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, echt niet!
We voeren naar Charleroi en nog iets verder tot Pont de Loup. Hier komen we toch enkele keren per jaar voorbij gevaren. Schipper Maurits zwaait dan altijd heel enthousiast. Maar waarom eigenlijk?
Nu voeren we niet verder, maar meerden aan. Een beetje een gekke plaats: het ligt hier vol schepen, in het water en ja, ook aan de wal. Dan zijn ze ineens veel groter. Er was ook veel lawaai van allerlei werkzaamheden aan al die schepen. Ik leerde al snel dat dit een scheepswerf is. Als er iets kapot gaat aan een boot of er moet iets veranderd worden, dan komen de schepen dus hier naartoe! Een soort garage eigenlijk…
We liepen naar het kantoortje van deze werf. Daar hoorden we dat ons schip morgen al “uit het water” zou gaan… Dat klonk gek!
En ja hoor, ‘s morgens werd de motor gestart en manoeuvreerde schipper Maurits de boot behendig in het dok, parallel aan enkele staken. Baasje Olga moest een tros rond die staken krijgen: té hoog om erover te gooien, maar ze wist wel een andere manier. Ze gooide de tros in het water en nam de pikhaak (= een lange stok met een haak) om de tros aan de andere kant van de staak weer op te vissen. Volgens mij had ze dat al eens eerder gedaan! Dan werd de tros goed vastgemaakt aan de bolder. En nu?
Toen klonk er geratel van kettingen die aangespannen werden met een lier aan de wal. Aan die kettingen zaten karretjes . En je raadt het al? Aan die onderwater-karretjes zaten die staken waaraan de boot nu stevig vast zat. Zo werd het geheel van boot mét wagentjes langzaam zijdelings uit het water getrokken.
Eens uit het water reden die wagentjes op rails schuin aan wal. En daar ging mijn hele huis ook best scheef! Gelukkig reden de karretjes verder op een recht stuk van de wal en werd mijn huis weer normaal.
Tenminste: dat had ik gedacht! Het werd tijd om een wandelingetje te maken. Ik kreeg een stevig tuigje aan. Eens buiten de deur, greep baasje Olga me stevig vast. Wauw… zo hoog!
trap klimmen in de werf

de rijdende trap

Gelukkig kwam er een hoge trap op wieltjes tot aan de boot gerold. Ik heb toch even moeten slikken voor ik daarmee naar beneden durfde… Maar ik ben een stoere bootsman en draaide daar al snel mijn poot niet meer voor om!
En waar was heel dit circus eigenlijk voor nodig? De boot was toch niet kapot?
Nee, maar alle boten gaan om de 4 jaar allemaal aan wal! Schipper Maurits doet goed zijn best om de boot schoon en fris geschilderd te houden. Maar voor de romp onderwater lukt dat natuurlijk niet! Ieder jaar groeien er meer en meer algen, wieren en mosselen aan de romp. De boot vaart daardoor steeds trager en verbruikt ook meer brandstof dan nodig is. Dat moet er dus nodig weer af!
juist uit het water op de helling

vol algen en mosselen

De volgende morgen stond een man, helemaal waterdicht verpakt, met een hoge drukspuit de romp schoon te spuiten. Hijzelf werd wél steeds viezer. Hopelijk had hij thuis een goed bad… En wij moesten goed oppassen om op het juiste moment die “roltrap” af te dalen. Want ik wou zeker niet in bad!
Na al dat water mocht de romp drogen. Schipper Maurits ging alles eens goed inspecteren. Gelukkig was de romp nergens beschadigd! Ook de anodische bescherming was nog goed. (Ik wist ook niet wat dat was… ik zal het je later wel eens vertellen!) Dat viel dus allemaal goed mee. Maurits werd nu matroos: hij haalde alle beschermende roosters voor de boegschroef en de inlaat van de motor weg. Daar achter hadden zich nog veel mosselen verstopt. Die moesten dus ook weg!
Na het drogen kreeg de romp een mooie nieuwe laag verf. Alles glom weer mooi zwart. Zo kan ons bootje er weer enkele jaren tegen!
De volgende morgen reden de karretjes ons weer in het water. Je kon het schip horen kreunen van genot, zo blij om terug in het natuurlijke element te zijn! En ja, de baasjes waren ook blij: nu hoefden ze niet meer gebruik maken van het toilet aan de wal en mocht ook het gebruikte water gewoon door de afvoer i.p.v. in een emmer.
De terugreis naar Oudenaarde ging echt veel vlotter met die mooie gladde huid!
Tot de volgende keer! Dan vertel ik je wel over die “boegschroef” en dat anodisch gedoe…
voor de bui in Thieu

Noty onder de regenboog!